Drie woorden. Eén leven. En wat uiteindelijk werkelijk telt.
Er zijn van die momenten waarop je als mens even stilvalt.
Niet omdat je geen woorden meer hebt, maar omdat je beseft hoe weinig woorden soms kunnen betekenen. Een opmerking, achteloos uitgesproken, kan iemand raken op een plaats waarvan je niet eens wist dat er een wond zat. Een herinnering, jarenlang zorgvuldig opgeborgen, kan plotseling weer bovenkomen alsof de tijd heeft stilgestaan.
En soms zijn het juist de mensen van wie we het meest houden die ons het diepst kunnen kwetsen.
Het leven is nu eenmaal geen aaneenschakeling van mooie momenten. We krijgen allemaal te maken met teleurstellingen, verdriet, onbegrip en omstandigheden die we nooit zelf gekozen hebben.
Maar ergens, midden in die menselijke kwetsbaarheid, bestaan drie woorden die mij steeds opnieuw aan het denken zetten.
Geloof. Hoop. En liefde.
Drie eenvoudige woorden die we zo vaak gebruiken dat we soms vergeten hoe diep hun betekenis eigenlijk is.
Geloof — wanneer je niet alles kunt begrijpen
Geloof wordt nogal eens voorgesteld als de zekerheid dat alles goed zal komen.
Maar zo heb ik het nooit ervaren.
Voor mij betekent geloven niet dat ik op iedere vraag een antwoord heb. Het betekent evenmin dat ik nooit twijfel, nooit bang ben of nooit met mijn handen in het haar zit.
Integendeel.
Soms kijk ik naar de wereld en begrijp ik er werkelijk helemaal niets van. Ik zie mensen die hun uiterste best doen en toch telkens opnieuw tegenslagen moeten verwerken. Ik zie anderen die met enkele woorden meer schade aanrichten dan ze zich waarschijnlijk realiseren.
En dan vraag ik me weleens af waarom het leven zo ingewikkeld moet zijn.
Maar geloof heeft mij iets geleerd wat ik vroeger niet begreep.
Ik hoef niet alles te begrijpen om toch te kunnen vertrouwen.
Dat vertrouwen betekent niet dat ik mijn verstand uitschakel. Het betekent dat ik accepteer dat mijn kennis beperkt is en dat niet iedere moeilijke situatie onmiddellijk een oplossing heeft.
In mijn christelijke overtuiging is God geen garantie voor een probleemloos bestaan.
Hij is Degene tot wie ik mij kan wenden wanneer dat bestaan juist helemaal niet probleemloos is.
En soms is dat voldoende.
Niet omdat mijn problemen daarmee verdwenen zijn, maar omdat ik weet dat ik ze niet helemaal alleen hoef te dragen.
Hoop — de moed om morgen opnieuw te beginnen
Er is iets bijzonders aan hoop.
Je kunt vrijwel alles verliezen en toch nog een sprankje hoop overhouden.
Een mens kan teleurgesteld zijn in zijn familie, zijn vrienden, zijn gezondheid, zijn werk of zelfs in zichzelf. Hij kan terugkijken op een verleden dat hij liever anders had gezien.
Maar zolang hij nog kan geloven dat morgen anders mag zijn dan gisteren, is niet alles verloren.
Hoop is namelijk geen ontkenning van de werkelijkheid.
Hoop is de overtuiging dat de werkelijkheid van vandaag niet noodzakelijk het laatste hoofdstuk van je verhaal hoeft te zijn.
Ik heb in mijn eigen leven geleerd dat plannen kunnen veranderen. Dat dromen soms een andere vorm krijgen. Dat deuren sluiten, ook wanneer je er jarenlang van overtuigd was dat je erdoorheen zou wandelen.
En ja, soms doet dat pijn.
Maar het leven heeft mij ook geleerd dat een gesloten deur niet betekent dat er nergens meer licht brandt.
Soms moet je een andere richting inslaan.
Soms moet je opnieuw beginnen.
En soms moet je eenvoudigweg accepteren dat vandaag niet de dag is waarop alles opgelost wordt.
Hoop geeft ons niet altijd de antwoorden die we zoeken. Ze geeft ons de moed om verder te zoeken.
En misschien is dat wel haar grootste kracht.
Liefde — de kracht die niet hoeft te winnen
En dan komen we bij het derde woord.
Liefde.
Misschien wel het mooiste, maar tegelijkertijd het moeilijkste van allemaal.
Want liefde is gemakkelijk wanneer iedereen vriendelijk is. Wanneer mensen elkaar begrijpen, elkaar respecteren en precies doen wat we van hen verwachten.
Maar wat gebeurt er wanneer dat niet zo is?
Wanneer iemand je teleurstelt?
Wanneer woorden je raken?
Wanneer iemand van wie je houdt je het gevoel geeft dat je niet belangrijk bent?
Dan wordt liefde plotseling een stuk ingewikkelder.
Ik geloof dat echte liefde niet betekent dat we alles maar moeten accepteren.
Liefde vraagt niet dat we ons laten vernederen. Ze verlangt niet dat we onszelf wegcijferen totdat er niets meer van ons overblijft.
Ook grenzen stellen kan een daad van liefde zijn.
Maar liefde heeft wel iets wat trots vaak mist.
Ze hoeft niet altijd gelijk te krijgen.
Ze hoeft niet altijd het laatste woord te hebben.
Ze hoeft niet iedere discussie te winnen.
Soms bestaat liefde uit een arm om iemands schouder.
Soms uit een telefoontje.
Soms uit de eenvoudige woorden: Ik ben er voor je.
En soms bestaat liefde uit iets wat nog veel moeilijker is.
Niet terugslaan wanneer iemand je raakt.
Niet omdat je zwak bent.
Maar omdat je weigert om de pijn die je hebt ontvangen opnieuw aan iemand anders door te geven.
Dat is geen gemakkelijke keuze.
Het is misschien wel een van de moedigste keuzes die een mens kan maken.
Wat blijft er uiteindelijk over?
De apostel Paulus schreef in zijn eerste brief aan de Korintiërs over geloof, hoop en liefde.
En hij eindigde met een opmerkelijke conclusie:
“Maar de grootste daarvan is de liefde.”
— 1 Korintiërs 13:13
Ik heb me weleens afgevraagd waarom hij juist de liefde als de grootste beschouwde.
Want zonder geloof verliezen we ons vertrouwen.
En zonder hoop verliezen we onze toekomst.
Maar misschien ligt het antwoord dichterbij dan we denken.
Geloof kan iets zijn wat diep vanbinnen leeft.
Hoop kan iets zijn wat we in stilte koesteren.
Maar liefde?
Liefde wordt pas werkelijk zichtbaar wanneer we haar aan een ander geven.
Je kunt iemand vertellen dat je gelooft.
Je kunt iemand vertellen dat je hoopt.
Maar wanneer je iemand liefde wilt laten ervaren, zul je iets moeten doen.
Luisteren.
Begrijpen.
Helpen.
Aanwezig zijn.
Niet alleen wanneer het gemakkelijk is, maar juist wanneer het moeilijk wordt.
En daarvoor hoef je niet rijk, geleerd, belangrijk of bijzonder te zijn.
Je hoeft zelfs niet dezelfde overtuigingen te delen.
Je hoeft alleen maar bereid te zijn om de mens tegenover je werkelijk als mens te zien.
Met zijn geschiedenis.
Zijn fouten.
Zijn verdriet.
Zijn dromen.
En zijn verlangen om ergens bij te horen.
Een gedachte om mee te nemen
Misschien moeten we wat minder tijd besteden aan de vraag wie er gelijk heeft.
En wat meer aan de vraag wie er vandaag een beetje liefde kan gebruiken.
Misschien moeten we wat minder snel oordelen over de keuzes die anderen hebben gemaakt.
En wat vaker bedenken dat we nooit het volledige verhaal van een ander kennen.
Want niemand kiest de omstandigheden waarin hij geboren wordt.
Niemand kiest alle gebeurtenissen die zijn leven zullen bepalen.
Maar we hebben wel invloed op de manier waarop we met elkaar omgaan.
En wanneer ik ooit terugkijk op mijn eigen leven, hoop ik niet dat mensen zich vooral herinneren welke discussies ik gewonnen heb, hoeveel ik bereikt heb of hoeveel kennis ik verzameld heb.
Ik hoop dat ze zich herinneren dat ik geprobeerd heb een goed mens te zijn.
Dat ik geloofde, ook wanneer ik niet alles begreep.
Dat ik bleef hopen, ook wanneer het leven tegenzat.
En dat ik probeerde lief te hebben, zelfs wanneer dat niet altijd gemakkelijk was.
Want uiteindelijk zijn we allemaal mensen die onderweg zijn.
Allemaal met onze eigen geschiedenis.
Allemaal met onze eigen littekens.
En allemaal met hetzelfde verlangen om gezien, begrepen en geliefd te worden.
Geloof geeft ons houvast.
Hoop geeft ons toekomst.
Maar liefde geeft ons elkaar.
En misschien is dat uiteindelijk wel het mooiste geschenk dat God ons heeft gegeven.
Glenn van Lierop
Er bestaat geen beter leven dan een goed leven.