
Ik begon niet te schrijven om schrijver te worden.
Soms wordt je wereld kleiner. Schrijven maakte de mijne weer groter.
Wie is die Glenn eigenlijk?
Ik begon niet te schrijven omdat ik schrijver wilde worden.
Eigenlijk begon ik te schrijven omdat het leven op een bepaald moment besloot mijn wereld een stuk kleiner te maken. Door langdurige ziekte kwamen dingen die ooit vanzelfsprekend waren steeds meer onder druk te staan. Werken, plannen maken, reizen, bouwen aan dromen — ineens moest overal rekening mee worden gehouden.
Maar er was één plek waar niemand beperkingen kon opleggen: mijn hoofd.
Daar kon ik nog steeds overal naartoe.
Dus begon ik te schrijven. Eerst gewoon omdat ik het leuk vond. Omdat verhalen bedenken mijn gedachten ergens anders naartoe bracht. Omdat een leeg vel papier geen rekening houdt met wat je wel of niet kunt. En ergens onderweg gebeurde er iets wat ik niet had gepland:
Ik werd er verliefd op.
Op personages die langzaam echte mensen lijken te worden. Op een scène die 's morgens nog niet bestond en 's avonds ineens op papier staat. Op dat ene zinnetje waar je uren later nog steeds aan denkt. En zelfs op die dagen waarop je drie uur hebt zitten schrijven en uiteindelijk besluit dat twee van die drie uur rechtstreeks de prullenbak in kunnen.
Inmiddels schrijf ik fictie, werk ik aan boeken over onderwerpen die mij fascineren en ontdek ik vooral nog iedere dag wat voor schrijver ik eigenlijk ben.
Deze blog hoort daarbij.
Geen masterplan. Geen goeroeverhalen. En vooral geen poging om van iedere bezoeker een klant te maken.
Gewoon een plek waar ik af en toe iets deel over schrijven, verhalen en het leven eromheen. Over waar ideeën vandaan komen. Waarom sommige verhalen je niet meer loslaten. Wat er achter een boek gebeurt voordat iemand ooit de eerste bladzijde leest. En waarschijnlijk zo nu en dan over iets dat daar helemaal niets mee te maken heeft.
Want uiteindelijk ben ik ook maar gewoon Glenn.
Een man die ontdekte dat wanneer het leven je wereld soms wat kleiner maakt, je altijd nog zelf een grotere kunt bedenken.
Welkom.

Mijn eerste roman
Sommige aanrakingen laten je nooit meer los.
Ik had geen uitgewerkt plan om een roman te schrijven.
Er was alleen een idee.
Een oud kasteel in Noord-Engeland. Een gezin dat daar tijdelijk komt wonen. Een twaalfjarig meisje dat iets begint waar te nemen wat de anderen niet kunnen zien.
En ergens in de stilte...
“Pst...”
Dat kleine geluidje werd uiteindelijk TOUCHED, mijn eerste paranormale roman.
Het is geen verhaal geworden over monsters, bloed of goedkope schrikmomenten. TOUCHED gaat voor mij veel meer over sfeer. Over dat ongemakkelijke gevoel dat er misschien iets in dezelfde kamer aanwezig is terwijl je zeker weet dat je alleen bent. Over een kind dat probeert te begrijpen waarom juist zij iets kan waarnemen wat voor anderen verborgen blijft.
En misschien vooral over die ene vraag:
Wat als datgene waarvoor je bang bent helemaal niet gekomen is om je kwaad te doen?
TOUCHED was het boek waarin ik ontdekte hoeveel plezier ik beleef aan het bouwen van een wereld die eerst alleen in mijn hoofd bestaat.
En blijkbaar was die wereld nog niet klaar met mij.
Want inmiddels schrijf ik aan het vervolg:
Sommige stemmen kennen je naam.
Maar daarover later meer.
Veel later.
Ik moet het boek namelijk zelf eerst nog schrijven.
Achter de verhalen
Een boek begint zelden bij hoofdstuk één.
Soms begint het met een herinnering. Een vreemde gedachte tijdens het koken. Een huisje dat je ooit ergens hebt gezien. Een zin die ineens in je hoofd verschijnt en weigert weer weg te gaan.
Op deze blog schrijf ik over alles wat zich vóór, tijdens en rondom het schrijven afspeelt. Over verhalen en waar ze vandaan komen. Over personages die hun eigen plan trekken. Over schrijven wanneer de woorden vanzelf komen — en over die geweldige dagen waarop je drie uur naar een scherm staart en uiteindelijk één komma verplaatst.
Maar waarschijnlijk ook gewoon over het leven. Over dromen, plannen, dingen die anders lopen dan gedacht en alles wat onderweg mijn aandacht trekt.
Geen vast schema. Geen contentkalender. Geen “iedere donderdag om 10.00 uur een nieuwe blog.”
Ik schrijf wanneer ik iets te vertellen heb.
Niets moet. Alles mag.
We zien wel.
k begon niet te schrijven om schrijver te worden
Over een wereld die kleiner werd — en de werelden die daardoor juist ontstonden.
Er was geen moment waarop ik wakker werd en dacht: vanaf vandaag word ik schrijver. Geen jongensdroom. Geen verborgen manuscript dat al twintig jaar in een lade lag...
‘En dát noem je werken?’
Waarom schrijven soms vermoeiender is dan het eruitziet.
Van buitenaf ziet schrijven er niet bijzonder indrukwekkend uit. Je zit op een stoel, kijkt naar een scherm, drinkt koffie en af en toe beweeg je wat met je vingers.
Maar ondertussen voer je gesprekken met mensen die niet bestaan, los je problemen op die je zelf hebt veroorzaakt en kun je na drie uur werken trots zijn op… één alinea.
Maar hé — hij ligt wél fantastisch.
De ene zin die mijn nieuwe boek veranderde
Hoe acht woorden ineens vertelden waar CALLED werkelijk over ging.
Soms schrijf je een zin die gewoon goed klinkt. En heel soms schrijf je er één, leest hem terug en beseft dat je zojuist iets hebt ontdekt over je eigen verhaal wat je daarvoor zelf nog niet wist.
Bij CALLED gebeurde dat met acht woorden:
De doden vragen. Het andere beveelt.
Vanaf dat moment was het verhaal niet meer helemaal hetzelfde.
Leuk dat je er was.
Ik weet nog niet precies wat deze plek gaat worden.
Misschien groeit hier langzaam een verzameling verhalen, gedachten en belevenissen. Misschien verschijnen er nog heel wat boeken. Misschien schrijf ik hier over een jaar over dingen waarvan ik vandaag nog geen idee heb dat ze gaan gebeuren.
Dat vind ik eigenlijk wel prettig.
Niet alles hoeft vooraf bedacht te zijn.
Dus kijk gerust af en toe nog eens binnen. Misschien staat er iets nieuws. Misschien ook niet.
Ik ben waarschijnlijk ergens aan het schrijven.
Of koffie aan het drinken.
Of al twintig minuten naar dezelfde zin aan het kijken en mezelf wijs aan het maken dat dát óók schrijven is.
Niets moet. Alles mag. We zien wel.
Tot de volgende.
Glenn