Vanmorgen hield ik ineens een boek vast.
Op zich niets bijzonders. Ik heb in mijn leven wel vaker een boek vastgehouden. Alleen stond dit keer mijn eigen naam op de voorkant.
TOUCHED — Glenn van Lierop.
En vreemd genoeg was dat toch anders dan ik had verwacht.
De afgelopen maanden heb ik het verhaal ontelbare keren op een beeldscherm gezien. Hoofdstukken geschreven, opnieuw gelezen, veranderd en weer terug veranderd. Zinnen geschrapt waarvan ik eerst overtuigd was dat ze absoluut moesten blijven staan. Nieuwe stukken toegevoegd. Een cover gemaakt. Die cover opnieuw aangepast. En nog eens. En geloof me: over een paar millimeter kan een mens verrassend lang nadenken.
Maar al die tijd bleef TOUCHED eigenlijk iets abstracts.
Een bestand.
Een verzameling woorden.
Een verhaal dat ergens in mijn computer woonde.
Tot vanmorgen.
Toen kwam de proefdruk binnen.
Ik haalde het boek uit de verpakking en het eerste wat me opviel was eigenlijk iets heel eenvoudigs: het had gewicht.
Ik kon het vastpakken.
De kaft voelen. Over de rug kijken. Het openslaan. Door meer dan vierhonderd pagina's bladeren waarop woorden stonden die ooit gewoon gedachten in mijn hoofd waren geweest.
Dat deed toch iets met me.
Niet omdat ik nu plotseling denk dat ik een groot schrijver ben. Ook niet omdat er vanaf vandaag rijen mensen voor de boekhandel zullen kamperen. Dat zou overigens wel gezellig zijn, zolang ze zelf koffie meenemen.
Het bijzondere zat ergens anders.
Een verhaal begint namelijk met helemaal niets.
Een gedachte.
Een beeld.
Een zin.
In het geval van TOUCHED ontstond langzaam het beeld van een gezin dat opnieuw probeert te beginnen. Een oud huis. Een meisje. Een rode bal. Een aanwezigheid die zich eerst nauwelijks laat merken.
En vervolgens gebeurt er iets merkwaardigs.
Personages die niet bestaan, krijgen een karakter. Een huis waar je nooit bent geweest, krijgt kamers waarvan je precies weet hoe ze ruiken en klinken. Je weet waar iemand staat wanneer hij iets zegt. Je ziet een bos dat nergens op een kaart bestaat.
En ergens onderweg vergeet je soms bijna dat je het zelf aan het verzinnen bent.
Dat vind ik misschien wel het mooiste aan schrijven.
Je bouwt iets wat er niet is.
Niet met stenen of hout, maar met woorden.
En als het lukt, kan iemand anders het later tóch zien.
Vanmorgen gebeurde daar nog iets bij.
Ik kon het aanraken.
Ik bladerde naar een paar hoofdstukken. Keek naar de titelpagina. Naar de hoofdstuktitels. Naar de laatste pagina. Daarna sloeg ik het boek weer dicht en bekeek opnieuw de voorkant.
Die rode bal.
Dat huis.
TOUCHED.
Er zijn natuurlijk nog genoeg dingen die ik wil schrijven. Nieuwe verhalen zijn inmiddels alweer ontstaan en sommige personages blijken hardnekkig genoeg om na één boek gewoon door te gaan.
Maar vandaag hoeft dat allemaal even niet.
Vandaag mag dit boek gewoon op tafel liggen.
Een paar weken geleden waren het nog woorden op een scherm.
Nu zijn het 414 pagina's tussen twee harde kaften.
En misschien is dat uiteindelijk wel een van de mooiste dingen aan creëren:
Eerst bestaat iets alleen in je hoofd.
Daarna bestaat het echt.
Glenn van Lierop